Informasie oor die woord verzoeken (Nederlands → Esperanto: peti)

Sinonieme: inroepen, vragen, aanvragen, vragen om, aanzoeken

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/vərˈzukə(n)/
Afbrekingver·zoe·ken

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) verzoek(ik) verzocht
(jij) verzoekt(jij) verzocht
(hij) verzoekt(hij) verzocht
(wij) verzoeken(wij) verzochten
(jullie) verzoeken(jullie) verzochten
(gij) verzoekt(gij) verzocht
(zij) verzoeken(zij) verzochten
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) verzoeke(dat ik) verzochte
(dat jij) verzoeke(dat jij) verzochte
(dat hij) verzoeke(dat hij) verzochte
(dat wij) verzoeken(dat wij) verzochten
(dat jullie) verzoeken(dat jullie) verzochten
(dat gij) verzoeket(dat gij) verzochtet
(dat zij) verzoeken(dat zij) verzochten
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
verzoekverzoekt
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
verzoekend, verzoekende(hebben) verzocht

Voorbeelde van gebruik

Ik verzoek u mij niet te onderbreken.
Ik verzocht hen althans over enige afstand te mogen vergezellen.

Vertalinge

?αἰτέω
Afrikaansvra; vra vir; aanvra
Albanieskërkoj
Deensbede
Duitsbitten; ersuchen
Engelsask; beg; bid; request
Engels (Ou Engels)biddan
Esperantopeti
Faroëesbiðja; biðja um
Finspyytää
Fransdemander; prier
Friesfersykje; freegje om; freegje
Grieksαιτώ
Italiaanschiedere
Jamaikaanse Patoiskaal; aks
Jiddishבעטן
Katalaansdemanar
Latynpetere; rogare
Nederduitsvrågen
Papiamentssuplicá
Poolsprosić
Portugeespedir
Roemeenscere
Saterfriesbidje; anhoolde
Spaanspedir; rogar
Srananbegi
Swahili‐omba
Sweedsanmoda; ansöka; bedja
Thaiขอ; ชวน; ร้องขอ
Yslandsbiðja; biðja um