Informasie oor die woord dokken (Nederlands → Esperanto: pagi)

Sinonieme: betalen, uitkeren

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈdɔkə(n)/
Afbrekingdok·ken

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) dok(ik) dokte
(jij) dokt(jij) dokte
(hij) dokt(hij) dokte
(wij) dokken(wij) dokten
(jullie) dokken(jullie) dokten
(gij) dokt(gij) doktet
(zij) dokken(zij) dokten
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) dokke(dat ik) dokte
(dat jij) dokke(dat jij) dokte
(dat hij) dokke(dat hij) dokte
(dat wij) dokken(dat wij) dokten
(dat jullie) dokken(dat jullie) dokten
(dat gij) dokket(dat gij) doktet
(dat zij) dokken(dat zij) dokten
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
dokdokt
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
dokkend, dokkende(hebben) gedokt

Vertalinge

Afrikaansbetaal; terugbetaal
Deensbetale
Duitszahlen; abzahlen; auszahlen; bezahlen; einzahlen; entrichten
Engelsfoot the bill
Esperantopagi
Faroëesgjalda; rinda
Finsmaksaa
Franspayer
Friesbetelje
Hongaarsfizet
Italiaanspagare
Jamaikaanse Patoispie
Katalaanspagar
Maleisbayar … membayar
Nederduitsbestüveren; betålen
Noorsbetale
Papiamentspaga
Poolspłacić
Portugeescustear; pagar
Roemeensplăti
Russiesзаплатить; платить
Saterfriesbetoalje; uutbetoalje; äntgjuchte
Skotspey
Spaanspagar
Srananpay
Sweedsbetala; erlägga
Thaiจ่าย; จ่ายเงิน; เสี่ย
Tsjeggiesplatit; zaplatit