Informasie oor die woord zetten (Nederlands → Esperanto: munti)

Sinoniem: montéren

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈzɛtə(n)/
Afbrekingzet·ten

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) zet(ik) zette
(jij) zet(jij) zette
(hij) zet(hij) zette
(wij) zetten(wij) zetten
(jullie) zetten(jullie) zetten
(gij) zet(gij) zettet
(zij) zetten(zij) zetten
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) zette(dat ik) zette
(dat jij) zette(dat jij) zette
(dat hij) zette(dat hij) zette
(dat wij) zetten(dat wij) zetten
(dat jullie) zetten(dat jullie) zetten
(dat gij) zettet(dat gij) zettet
(dat zij) zetten(dat zij) zetten
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
zetzet
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
zettend, zettende(hebben) gezet

Vertalinge

Duitsmontieren
Engelsmount; set
Esperantomunti
Faroëesseta saman; búgva til
Finsasentaa
Fransmonter
Katalaansmuntar
Portugeesmontar
Saterfriesmontierje
Spaansmontar
Sweedsmontera
Tsjeggiesmontovat