Informasie oor die woord moffelen (Nederlands → Esperanto: muflofarbi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈmɔfələ(n)/
Afbrekingmof·fe·len

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) moffel(ik) moffelde
(jij) moffelt(jij) moffelde
(hij) moffelt(hij) moffelde
(wij) moffelen(wij) moffelden
(jullie) moffelen(jullie) moffelden
(gij) moffelt(gij) moffeldet
(zij) moffelen(zij) moffelden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) moffele(dat ik) moffelde
(dat jij) moffele(dat jij) moffelde
(dat hij) moffele(dat hij) moffelde
(dat wij) moffelen(dat wij) moffelden
(dat jullie) moffelen(dat jullie) moffelden
(dat gij) moffelet(dat gij) moffeldet
(dat zij) moffelen(dat zij) moffelden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
moffelmoffelt
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
moffelend, moffelende(hebben) gemoffeld

Vertalinge

Esperantomuflofarbi