Informasie oor die woord beduvelen (Nederlands → Esperanto: mistifiki)

Sinonieme: bedotten, beetnemen, om de tuin leiden, in de luren leggen, parten spelen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/bəˈdyvələ(n)/
Afbrekingbe·du·ve·len

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) beduvel(ik) beduvelde
(jij) beduvelt(jij) beduvelde
(hij) beduvelt(hij) beduvelde
(wij) beduvelen(wij) beduvelden
(jullie) beduvelen(jullie) beduvelden
(gij) beduvelt(gij) beduveldet
(zij) beduvelen(zij) beduvelden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) beduvele(dat ik) beduvelde
(dat jij) beduvele(dat jij) beduvelde
(dat hij) beduvele(dat hij) beduvelde
(dat wij) beduvelen(dat wij) beduvelden
(dat jullie) beduvelen(dat jullie) beduvelden
(dat gij) beduvelet(dat gij) beduveldet
(dat zij) beduvelen(dat zij) beduvelden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
beduvelbeduvelt
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
beduvelend, beduvelende(hebben) beduveld

Voorbeelde van gebruik

Wat bedoel je met „hij beduvelt de hond niet”?
En het betekent dat jij met een of ander trucje mij hebt willen beduvelen.

Vertalinge

Duitsnarren; mystifizieren; zum besten halten
Engelsfool
Esperantomistifiki; mistifi
Fransmystifier
Katalaansmistificar
Portugeesburlar; ludibriar; mistificar
Saterfriesnaarje; biet hääbe; ferköäkelje; foargaukelje; gäkje; foar n Griesen hoolde; foar dän; Güüchel hoolde; foar n Dummen hoolde
Spaansembromar; engañar; engañar en broma