Informasie oor die woord lossen (Nederlands → Esperanto: malŝarĝi)

Sinonieme: afladen, uitladen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈlɔsə(n)/
Afbrekinglos·sen

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) los(ik) loste
(jij) lost(jij) loste
(hij) lost(hij) loste
(wij) lossen(wij) losten
(jullie) lossen(jullie) losten
(gij) lost(gij) lostet
(zij) lossen(zij) losten
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) losse(dat ik) loste
(dat jij) losse(dat jij) loste
(dat hij) losse(dat hij) loste
(dat wij) lossen(dat wij) losten
(dat jullie) lossen(dat jullie) losten
(dat gij) losset(dat gij) lostet
(dat zij) lossen(dat zij) losten
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
loslost
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
lossend, lossende(hebben) gelost

Voorbeelde van gebruik

Voor een containerschip dat helemaal uit het Verre Oosten komt, maakt het weinig uit of het in Rotterdam of Antwerpen wordt gelost.
Straks zou hij de aanhanger wel lossen en in het pakhuis zetten, evenals de auto, die hij zolang om de hoek had gezet.

Vertalinge

Duitsausladen
Engelsunload
Esperantomalŝarĝi
Fransdécharger
Katalaansdescarregar
Portugeesdescarregar
Saterfriesuutleede
Spaansdescargar