Informasie oor die woord loslaten (Nederlands → Esperanto: malteni)

Sinonieme: vieren, laten vieren

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈlɔslatə(n)/
Afbrekinglos·la·ten

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) loslaat (ik) losliet
(jij) loslaat (jij) losliet
(hij) loslaat (hij) losliet
(wij) loslaten (wij) loslieten
(jullie) loslaten (jullie) loslieten
(gij) loslaat (gij) losliet
(zij) loslaten (zij) loslieten
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) loslate(dat ik) losliete
(dat jij) loslate(dat jij) losliete
(dat hij) loslate(dat hij) losliete
(dat wij) loslaten(dat wij) loslieten
(dat jullie) loslaten(dat jullie) loslieten
(dat gij) loslatet(dat gij) loslietet
(dat zij) loslaten(dat zij) loslieten
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
laat loslaat los
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
loslatend, loslatende(hebben) losgelaten

Voorbeelde van gebruik

Misschien wil hij nog meer loslaten.
Laat het touw niet los, Fafhrd!
Terwijl hij met zijn rechterhand de vensterbank losliet, draaide hij zich opzij, zodat hij het poesje kon zien.

Vertalinge

Engelslet go; release
Esperantomalteni
Thaiปล่อย