Informasie oor die woord zweten (Nederlands → Esperanto: malsekiĝi)

Sinonieme: een nat pak krijgen, nat worden

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈzʋetə(n)/
Afbrekingzwe·ten

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(hij) zweet(hij) zweette
(zij) zweten(zij) zweetten
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat hij) zwete(dat hij) zweette
(dat zij) zweten(dat zij) zweetten
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
zwetend, zwetende(hebben) gezweet

Vertalinge

Engelsget wet; become wet
Esperantomalsekiĝi
Papiamentsmuha
Poolszmoknąć
Portugeesmolhar‐se