Informasie oor die woord tegenlopen (Nederlands → Esperanto: malprosperi)

Sinonieme: achteruitgaan, mislukken, vervallen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈteɣə(n)lopə(n)/
Afbrekingte·gen·lo·pen

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(hij) tegenloopt(hij) tegenliep
(zij) tegenlopen(zij) tegenliepen
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat hij) tegenlope(dat hij) tegenliepe
(dat zij) tegenlopen(dat zij) tegenliepen
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
tegenlopend, tegenlopende(zijn) tegengelopen

Voorbeelde van gebruik

Alles loopt tegen.

Vertalinge

Engelsdecline; recede; fail
Esperantomalprosperi