Informasie oor die woord nippen (Nederlands → Esperanto: lipi)

Sinoniem: nippen aan

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈnɪpə(n)/
Afbrekingnip·pen

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) nip(ik) nipte
(jij) nipt(jij) nipte
(hij) nipt(hij) nipte
(wij) nippen(wij) nipten
(jullie) nippen(jullie) nipten
(gij) nipt(gij) niptet
(zij) nippen(zij) nipten
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) nippe(dat ik) nipte
(dat jij) nippe(dat jij) nipte
(dat hij) nippe(dat hij) nipte
(dat wij) nippen(dat wij) nipten
(dat jullie) nippen(dat jullie) nipten
(dat gij) nippet(dat gij) niptet
(dat zij) nippen(dat zij) nipten
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
nipnipt
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
nippend, nippende(hebben) genipt

Vertalinge

Engelssip
Esperantolipi