Informasie oor die woord vermoeidheid (Nederlands → Esperanto: laceco)

Sinonieme: matheid, moeheid, vermoeienis

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/vərˈmujtɦɛɪ̯t/
Afbrekingver·moeid·heid

Voorbeelde van gebruik

Hun vermoeidheid vergetend sprongen zij naar de plek waar het geblaf vandaan was gekomen en waar de vos geweest was.
Het dier gaf nog geen blijk van vermoeidheid.
Een deel van hun vermoeidheid viel van hen af.

Vertalinge

Albanieslodhje
Deenstræthed
Engelsfatigue; weariness
Esperantolaceco
Fransfatigue; abattement
Skots-Gaeliessgìos