Informasie oor die woord enteren (Nederlands → Esperanto: alkroĉi)

Sinonieme: aanhaken, vasthaken

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ɛntərə(n)/
Afbrekingen·te·ren

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) enter(ik) enterde
(jij) entert(jij) enterde
(hij) entert(hij) enterde
(wij) enteren(wij) enterden
(jullie) enteren(jullie) enterden
(gij) entert(gij) enterdet
(zij) enteren(zij) enterden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) entere(dat ik) enterde
(dat jij) entere(dat jij) enterde
(dat hij) entere(dat hij) enterde
(dat wij) enteren(dat wij) enterden
(dat jullie) enteren(dat jullie) enterden
(dat gij) enteret(dat gij) enterdet
(dat zij) enteren(dat zij) enterden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
enterentert
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
enterend, enterende(hebben) geënterd

Voorbeelde van gebruik

Piraten hebben mijn schip geënterd.

Vertalinge

Afrikaansaanhaak
Duitsanhängen; anhaken; häkeln; anklammern
Engelshitch on; hook on; attach
Esperantoalkroĉi
Faroëeskrøkja upp á; heingja
Fransaccrocher; aborder; monter à l’abordage; sauter à l’abordage
Saterfriesanhongje; anhoakje
Thaiเกี่ยว