Informasie oor die woord raden (Nederlands → Esperanto: konsili)

Sinonieme: adviseren, aanraden, van advies dienen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈradə(n)/
Afbrekingra·den

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) raad(ik) ried, raadde
(jij) raadt(jij) ried, raadde
(hij) raadt(hij) ried, raadde
(wij) raden(wij) rieden, raadden
(jullie) raden(jullie) rieden, raadden
(gij) raadt(gij) riedt, raaddet
(zij) raden(zij) rieden, raadden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) rade(dat ik) riede, raadde
(dat jij) rade(dat jij) riede, raadde
(dat hij) rade(dat hij) riede, raadde
(dat wij) raden(dat wij) rieden, raadden
(dat jullie) raden(dat jullie) rieden, raadden
(dat gij) radet(dat gij) riedet, raaddet
(dat zij) raden(dat zij) rieden, raadden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
raadraadt
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
radend, radende(hebben) geraden

Voorbeelde van gebruik

Ik moet u echter raden u te reppen als ge die brief nog wilt afgeven.
Als ge van boord zoudt willen gaan om uw eigen wereld te zoeken, dan raad ik u dat aanstonds te doen.

Vertalinge

Afrikaansaanraai
Deensråde
Duitsraten; beraten; ratgeben; anraten; einen Rat geben; einen Ratschlag geben
Engelsadvise; counsel
Esperantokonsili
Faroëesráða til; geva ráð
Finsneuvoa
Fransconseiller
Friesadvisearje; oanriede; riede
Grieksσυμβουλεύω
Italiaansconsigliare
Katalaansaconsellar
Maleismensasihatkan
Papiamentskonsehá
Portugeesaconselhar; persuadir
Saterfriesräide; beräide
Spaansaconsejar
Swahili‐toa shauri
Sweedsrå; råda
Thaiชี้; แนะนำ; แนะ
Turksfikir vermek; öğüt vermek
Yslandsráða