Informasie oor die woord cognac (Nederlands → Esperanto: konjako)

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/kɔˈɲɑk/
Afbrekingcog·nac
Geslagmanlik

Voorbeelde van gebruik

En daarom heb ik wat cognac meegebracht.
Piet lachte en haalde een half flesje cognac uit zijn kanis waar ze zo nu en dan een slok uitnamen om warm te blijven.
Wil je een beetje cognac bij je koffie?
Hij kreeg koffie met cognac aangeboden.
De Cock nam nog een slok van zijn congnac.
Hier, neem nog wat cognac.

Vertalinge

Afrikaanskonjak
Albanieskonjak
Deenscognac
DuitsKognak; Weinbrand
Engelscognac; brandy
Esperantokonjako
Faroëeskonjak
Finskonjakki
Franscognac
Frieskonjak
Grieksκονιάκ
Hongaarskonyak
Italiaanscognac
Katalaansconyac
Papiamentskoñak
Portugeesaguardente; conhaque
SaterfriesKognak
Spaanscoñac
Sweedskonjak
Turkskanyak