Informasie oor die woord uithollen (Nederlands → Esperanto: kavigi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈœʏ̯tɦɔlə(n)/
Afbrekinguit·hol·len

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) hol uit(ik) holde uit
(jij) holt uit(jij) holde uit
(hij) holt uit(hij) holde uit
(wij) hollen uit(wij) holden uit
(jullie) hollen uit(jullie) holden uit
(gij) holt uit(gij) holdet uit
(zij) hollen uit(zij) holden uit
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) uitholle(dat ik) uitholde
(dat jij) uitholle(dat jij) uitholde
(dat hij) uitholle(dat hij) uitholde
(dat wij) uithollen(dat wij) uitholden
(dat jullie) uithollen(dat jullie) uitholden
(dat gij) uithollet(dat gij) uitholdet
(dat zij) uithollen(dat zij) uitholden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
hol uitholt uit
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
uithollend, uithollende(hebben) uitgehold

Vertalinge

Duitsaushöhlen; vertiefen
Engelscup
Esperantokavigi