Informasie oor die woord kennismaken (Nederlands → Esperanto: interkonatiĝi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈkɛnəsmakə(n)/, /ˈkɛnɪsmakə(n)/
Afbrekingken·nis·ma·ken

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) maak kennis(ik) maakte kennis
(jij) maakt kennis(jij) maakte kennis
(hij) maakt kennis(hij) maakte kennis
(wij) maken kennis(wij) maakten kennis
(jullie) maken kennis(jullie) maakten kennis
(gij) maakt kennis(gij) maaktet kennis
(zij) maken kennis(zij) maakten kennis
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) kennismake(dat ik) kennismaakte
(dat jij) kennismake(dat jij) kennismaakte
(dat hij) kennismake(dat hij) kennismaakte
(dat wij) kennismaken(dat wij) kennismaakten
(dat jullie) kennismaken(dat jullie) kennismaakten
(dat gij) kennismaket(dat gij) kennismaaktet
(dat zij) kennismaken(dat zij) kennismaakten
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
maak kennismaakt kennis
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
kennismakend, kennismakende(hebben) kennisgemaakt

Vertalinge

Duitsmit einander bekannt werden; sich kennenlernen
Esperantointerkonatiĝi
Katalaansconèixer
Spaansconocer