Informasie oor die woord temperen (Nederlands → Esperanto: hardi)

Sinoniem: harden

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈtɛmpərə(n)/
Afbrekingtem·pe·ren

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) temper(ik) temperde
(jij) tempert(jij) temperde
(hij) tempert(hij) temperde
(wij) temperen(wij) temperden
(jullie) temperen(jullie) temperden
(gij) tempert(gij) temperdet
(zij) temperen(zij) temperden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) tempere(dat ik) temperde
(dat jij) tempere(dat jij) temperde
(dat hij) tempere(dat hij) temperde
(dat wij) temperen(dat wij) temperden
(dat jullie) temperen(dat jullie) temperden
(dat gij) temperet(dat gij) temperdet
(dat zij) temperen(dat zij) temperden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
tempertempert
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
temperend, temperende(hebben) getemperd

Vertalinge

Duitshart machen; härten; abhärten; stählen; erhärten; abbinden; wappnen
Engelstemper; season
Esperantohardi
Faroëesherða
Fransdurcir; tremper
Katalaansendurir; trempar
Portugeesendurecer; enrijar; temperar
Saterfrieshäd moakje; hädje; stäilje
Spaansendurecer; templar