Informasie oor die woord bijl (Nederlands → Esperanto: hakilo)

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/bɛɪ̯l/
Afbrekingbijl
Geslaghistories vroulik, teënwoordig ook manlik
Meervoudbijlen

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
bijltjebijltjes

Voorbeelde van gebruik

Haal onmiddellijk een bijl.
Zorg ook voor wapens, of in elk geval een mes om kaas te snijden en een bijl om hout te hakken.
Hij lachte bulderend, legde de bijl neer en trad naar voren.
De 31‐jarige Jesse R. heeft bekend dat hij op 16 april in Hellevoetsluis zijn moeder heeft onthoofd met een bijl.
Zo’n schedel is met een bijl niet in te slaan.

Vertalinge

Chinook-jargonlahash
Deensøkse
DuitsAxt; Beil; Hacke
Engelsaxe
Engels (Ou Engels)acus; æcus; æx; bill
Esperantohakilo
Franshache
Grieksτσεκούρι
Italiaansascia; scure
Jiddishהאַק
Kabiliesacaqur (ⴰⵛⴰⵇⵓⵔ)
Papiamentshacha
Portugeesmachado
SaterfriesBiele; Äkse
Skots-Gaeliestuagh
Spaanshacha
Srananaksi; beyri
Swahilishoka
Sweedsbila; yxa
Thaiขวาน
Turksbalta
Walliesbwyell; bwyall
Yslandsöxi