Informasie oor die woord dekken (Nederlands → Esperanto: gravedigi)

Sinonieme: bevruchten, bezwangeren

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈdɛkə(n)/
Afbrekingdek·ken

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) dek(ik) dekte
(jij) dekt(jij) dekte
(hij) dekt(hij) dekte
(wij) dekken(wij) dekten
(jullie) dekken(jullie) dekten
(gij) dekt(gij) dektet
(zij) dekken(zij) dekten
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) dekke(dat ik) dekte
(dat jij) dekke(dat jij) dekte
(dat hij) dekke(dat hij) dekte
(dat wij) dekken(dat wij) dekten
(dat jullie) dekken(dat jullie) dekten
(dat gij) dekket(dat gij) dektet
(dat zij) dekken(dat zij) dekten
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
dekdekt
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
dekkend, dekkende(hebben) gedekt

Vertalinge

Duitsschwängern; befruchten
Engelsfertilize
Esperantogravedigi
Friesdekke
Spaansfecundar; empreñar
Srananspan