Informasie oor die woord zetten (Nederlands → Esperanto: fruktiĝi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈzɛtə(n)/
Afbrekingzet·ten

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(hij) zet(hij) zette
(zij) zetten(zij) zetten
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat hij) zette(dat hij) zette
(dat zij) zetten(dat zij) zetten
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
zettend, zettende(hebben) gezet

Vertalinge

Esperantofruktiĝi