Informasie oor die woord monnikspij (Nederlands → Esperanto: froko)

Sinonieme: pij, kloostergewaad

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈmɔnəkspɛɪ̯/
Afbrekingmon·niks·pij

Voorbeelde van gebruik

Hoor eens, ridder Luilak, zodra ik mijn monnikspij afleg, ben ik al mijn heiligheid en zelfs mijn Latijn vergeten.

Vertalinge

DuitsMönchskutte
Engelsfrock
Esperantofroko; ordenvesto
Spaanscorgulla; hábito monacal