Informasie oor die woord fraude (Nederlands → Esperanto: fraŭdo)

Sinonieme: flessentrekkerij, geknoei, zwendel, gesjoemel

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈfrʌʊ̯də/
Afbrekingfrau·de
Geslaghistories vroulik, teënwoordig ook manlik
Meervoudfraudes

Voorbeelde van gebruik

De Witrussische oppositie beschuldigt Lukašenko van grootscheepse fraude en er zijn herhaaldelijk grote demonstraties tegen het aanblijven van de president, die al sinds 1994 aan de macht is.
Opnieuw vrezen honderden particuliere beleggers de dupe te zijn geworden van fraude door een beleggingsfonds.

Vertalinge

DuitsBetrug; Täuschung; Hinterziehung
Engelsfraud
Esperantofraŭdo
Friesbedroch
Italiaansfrode; scroccone
Spaansestafa; timo