Informasie oor die woord wegbrengen (Nederlands → Esperanto: forporti)

Sinoniem: uitdragen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈʋɛɣbrɛŋə(n)/
Afbrekingweg·bren·gen

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) breng weg(ik) bracht weg
(jij) brengt weg(jij) bracht weg
(hij) brengt weg(hij) bracht weg
(wij) brengen weg(wij) brachten weg
(jullie) brengen weg(jullie) brachten weg
(gij) brengt weg(gij) bracht weg
(zij) brengen weg(zij) brachten weg
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) wegbrenge(dat ik) wegbrachte
(dat jij) wegbrenge(dat jij) wegbrachte
(dat hij) wegbrenge(dat hij) wegbrachte
(dat wij) wegbrengen(dat wij) wegbrachten
(dat jullie) wegbrengen(dat jullie) wegbrachten
(dat gij) wegbrenget(dat gij) wegbrachtet
(dat zij) wegbrengen(dat zij) wegbrachten
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
breng wegbrengt weg
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
wegbrengend, wegbrengende(hebben) weggebracht

Voorbeelde van gebruik

Hij beloofde me elke keer een fors bedrag als ik alleen maar een brief voor hem wilde wegbrengen.
En de wijnglazen, zijn die op een blad weggebracht?
Ze hadden het… het lichaam tegen die tijd weggebracht, maar voor de rest was alles nog zoals ze het hadden gevonden.

Vertalinge

Duitsabtragen; fortbringen; wegtragen
Engelsbring away; carry away; carry off
Esperantoforporti
Fransentraîner
Latynasportare
Papiamentshiba
Saterfriesoudreege; wächbrange