Informasie oor die woord funderen (Nederlands → Esperanto: fondi)

Sinoniem: grondvesten

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/fɵnderə(n)/
Afbrekingfun·de·ren

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) fundeer(ik) fundeerde
(jij) fundeert(jij) fundeerde
(hij) fundeert(hij) fundeerde
(wij) funderen(wij) fundeerden
(jullie) funderen(jullie) fundeerden
(gij) fundeert(gij) fundeerdet
(zij) funderen(zij) fundeerden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) fundere(dat ik) fundeerde
(dat jij) fundere(dat jij) fundeerde
(dat hij) fundere(dat hij) fundeerde
(dat wij) funderen(dat wij) fundeerden
(dat jullie) funderen(dat jullie) fundeerden
(dat gij) funderet(dat gij) fundeerdet
(dat zij) funderen(dat zij) fundeerden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
fundeerfundeert
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
funderend, funderende(hebben) gefundeerd

Vertalinge

Deensoprette
Duitsbegründen; den Grund legen von; den Grund legen für; errichten; erbauen; stiften
Engelsfound
Esperantofondi
Faroëesstovna
Finsperustaa
Fransfonder
Italiaansfondere
Katalaansfundar
Luxemburgsgrënnen
Papiamentsfunda
Poolsustanowić; założyć
Portugeesestabelecer; fundar; instalar
Roemeensfonda; întemeia
Saterfriesfundierje; gruundje; begruundje
Spaansfundar; instituir; motivar
Sweedsgrunda; instifta