Informasie oor die woord uitwijken (Nederlands → Esperanto: flankeniri)

Sinoniem: uithalen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈœʏ̯tʋɛɪ̯kə(n)/
Afbrekinguit·wij·ken

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) wijk uit(ik) week uit
(jij) wijkt uit(jij) week uit
(hij) wijkt uit(hij) week uit
(wij) wijken uit(wij) weken uit
(jullie) wijken uit(jullie) weken uit
(gij) wijkt uit(gij) weekt uit
(zij) wijken uit(zij) weken uit
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) uitwijke(dat ik) uitweke
(dat jij) uitwijke(dat jij) uitweke
(dat hij) uitwijke(dat hij) uitweke
(dat wij) uitwijken(dat wij) uitweken
(dat jullie) uitwijken(dat jullie) uitweken
(dat gij) uitwijket(dat gij) uitweket
(dat zij) uitwijken(dat zij) uitweken
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
wijk uitwijkt uit
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
uitwijkend, uitwijkende(zijn) uitgeweken

Vertalinge

Esperantoflankeniri
Spaansceder el paso