Informasie oor die woord vishaak (Nederlands → Esperanto: fiŝhoko)

Sinonieme: angel, haak

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈvɪsɦak/
Afbrekingvis·haak

Voorbeelde van gebruik

Een vishaak had zijn duim min of meer doorboord.

Vertalinge

Afrikaansvishaak
Chinook-jargonikʰik
Deensmedekrog
DuitsAngelhaken
Engelshook; fish‐hook
Engels (Ou Engels)angel
Esperantofiŝhoko; hoko
Faroëesongul
Franshameçon
Frieshoek; angelhoek
Italiaansamo
Papiamentsanzué; hanzué
Portugeesanzol
SaterfriesOngel; Hoake
Spaansanzuelo
Sweedsmetkrok
Thaiเบ็ด