Informasie oor die woord fuiven (Nederlands → Esperanto: festi)

Sinonieme: vieren, feestvieren, feesten, feest vieren

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈfœʏ̯və(n)/
Afbrekingfui·ven

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) fuif(ik) fuifde
(jij) fuift(jij) fuifde
(hij) fuift(hij) fuifde
(wij) fuiven(wij) fuifden
(jullie) fuiven(jullie) fuifden
(gij) fuift(gij) fuifdet
(zij) fuiven(zij) fuifden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) fuive(dat ik) fuifde
(dat jij) fuive(dat jij) fuifde
(dat hij) fuive(dat hij) fuifde
(dat wij) fuiven(dat wij) fuifden
(dat jullie) fuiven(dat jullie) fuifden
(dat gij) fuivet(dat gij) fuifdet
(dat zij) fuiven(dat zij) fuifden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
fuiffuift
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
fuivend, fuivende(hebben) gefuifd

Vertalinge

Albaniesfestoj
Deensfejre; feste
Duitsfeiern; begehen
Engelscelebrate
Esperantofesti
Faroëeshalda; hátíðarhalda
Finsjuhlia
Fransfêter
Friesfeestje
Katalaanscelebrar; fer festa; festivar
Noorsfeste
Papiamentsfiesta
Portugeescelebrar; festejar
Roemeenssărbători
Saterfriesfierje
Spaanscelebrar una fiesta
Sweedsfesta; ha fest; kalasa
Yslandsskemmta sér