Informasie oor die woord snoeverij (Nederlands → Esperanto: fanfaronado)

Sinonieme: bluf, gepoch, gesnoef, gezwets, zwetserij, opschepperij, grootspraak, blaaskakerij, blufferij, dikdoenerij, opsnijderij

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/snuvəˈrɛɪ̯/
Afbrekingsnoe·ve·rij

Voorbeelde van gebruik

Ik heb genoeg van je snoeverij.

Vertalinge

DuitsPrahlen; Prahlerei; Aufschneiderei
Engelsbraggadocio; bragging
Esperantofanfaronado
Finsmahtailu
Jiddishבלאָף
Portugeesbravata; fanfarronada; jactância; vanglória