Informasie oor die woord ophebben (Nederlands → Esperanto: esti trinkinta)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈɔpɦɛbə(n)/
Afbrekingop·heb·ben

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) heb op(ik) had op
(jij) hebt op(jij) had op
(hij) hebt op(hij) had op
(wij) hebben op(wij) hadden op
(jullie) hebben op(jullie) hadden op
(gij) hebt op(gij) hadt op
(zij) hebben op(zij) hadden op
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) ophebbe(dat ik) ophadde
(dat jij) ophebbe(dat jij) ophadde
(dat hij) ophebbe(dat hij) ophadde
(dat wij) ophebben(dat wij) ophadden
(dat jullie) ophebben(dat jullie) ophadden
(dat gij) ophebbet(dat gij) ophaddet
(dat zij) ophebben(dat zij) ophadden
Teenwoordige deelwoord
ophebbend, ophebbende

Vertalinge

Esperantoesti trinkinta