Informasie oor die woord hullen (Nederlands → Esperanto: envolvi)

Sinonieme: inwikkelen, omhullen, toestoppen, woelen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈɦɵlə(n)/
Afbrekinghul·len

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) hul(ik) hulde
(jij) hult(jij) hulde
(hij) hult(hij) hulde
(wij) hullen(wij) hulden
(jullie) hullen(jullie) hulden
(gij) hult(gij) huldet
(zij) hullen(zij) hulden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) hulle(dat ik) hulde
(dat jij) hulle(dat jij) hulde
(dat hij) hulle(dat hij) hulde
(dat wij) hullen(dat wij) hulden
(dat jullie) hullen(dat jullie) hulden
(dat gij) hullet(dat gij) huldet
(dat zij) hullen(dat zij) hulden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
hulhult
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
hullend, hullende(hebben) gehuld

Voorbeelde van gebruik

De kamer was in duisternis gehuld.

Vertalinge

Duitseinhüllen; einschlagen; einwickeln; umhüllen; umschlagen
Engelsenvelop; wrap
Esperantoenvolvi; volvekovri
Portugeesenvolver
Saterfriesienhülje; ienslo; ienwikkelje
Spaansenrollar