Informasie oor die woord opstellen (Nederlands → Esperanto: envicigi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈɔpstɛlə(n)/
Afbrekingop·stel·len

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) stel op(ik) stelde op
(jij) stelt op(jij) stelde op
(hij) stelt op(hij) stelde op
(wij) stellen op(wij) stelden op
(jullie) stellen op(jullie) stelden op
(gij) stelt op(gij) steldet op
(zij) stellen op(zij) stelden op
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) opstelle(dat ik) opstelde
(dat jij) opstelle(dat jij) opstelde
(dat hij) opstelle(dat hij) opstelde
(dat wij) opstellen(dat wij) opstelden
(dat jullie) opstellen(dat jullie) opstelden
(dat gij) opstellet(dat gij) opsteldet
(dat zij) opstellen(dat zij) opstelden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
stel opstelt op
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
opstellend, opstellende(hebben) opgesteld

Vertalinge

Duitseinreihen
Engelsput in a row
Esperantoenvicigi
Fransranger