Informasie oor die woord treffer (Nederlands → Esperanto: trafo)

Sinonieme: houw, klap, slag, stoot, tik

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈtrɛfər/
Afbrekingtref·fer
Geslagmanlik

Voorbeelde van gebruik

Opeenvolgende aanvallen veroorzaakten echter meer treffers en vergrootten de schade.

Vertalinge

DuitsTreffen
Engelshit
Esperantotrafo
Franscoup
Portugeesalcance