Informasie oor die woord overjas (Nederlands → Esperanto: mantelo)

Sinoniem: jas

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈovərjɑs/
Afbrekingover·jas
Geslagmanlik of vrouwlik
Meervoudoverjassen

Voorbeelde van gebruik

Hij droeg een overjas over zijn arm.
Hij schoot zijn overjas aan en zette zijn hoed op.
Hij trok zijn overjas aan en bleef even stilstaan om zich te bekijken in de spiegel in de hal.
Deze brief hebben we in de zak van de overjas van de overledene gevonden.

Vertalinge

Afrikaansoorjas
DuitsMantel
Engelsovercoat
Esperantomantelo