Informasie oor die woord uitwerken (Nederlands → Esperanto: ellabori)

Sinoniem: afwerken

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈœʏ̯tʋɛrkə(n)/
Afbrekinguit·wer·ken

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) werk uit(ik) werkte uit
(jij) werkt uit(jij) werkte uit
(hij) werkt uit(hij) werkte uit
(wij) werken uit(wij) werkten uit
(jullie) werken uit(jullie) werkten uit
(gij) werkt uit(gij) werktet uit
(zij) werken uit(zij) werkten uit
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) uitwerke(dat ik) uitwerkte
(dat jij) uitwerke(dat jij) uitwerkte
(dat hij) uitwerke(dat hij) uitwerkte
(dat wij) uitwerken(dat wij) uitwerkten
(dat jullie) uitwerken(dat jullie) uitwerkten
(dat gij) uitwerket(dat gij) uitwerktet
(dat zij) uitwerken(dat zij) uitwerkten
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
werk uitwerkt uit
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
uitwerkend, uitwerkende(hebben) uitgewerkt

Voorbeelde van gebruik

Eind februari was de bestudering beëindigd en een voorlopig plan uitgewerkt.

Vertalinge

Duitsausarbeiten
Engelswork out; develop; elaborate
Esperantoellabori
Friesôfwurkje
Katalaansacabar; elaborar; enllestir; rematar
Portugeeselaborar
Saterfriesuutoarbaidje
Spaansacabar; rematar