Informasie oor die woord ringeloren (Nederlands → Esperanto: trudi)

Sinoniem: opdringen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈrɪŋəloːrə(n)/
Afbrekingrin·gel·oren

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) ringeloor(ik) ringeloorde
(jij) ringeloort(jij) ringeloorde
(hij) ringeloort(hij) ringeloorde
(wij) ringeloren(wij) ringeloorden
(jullie) ringeloren(jullie) ringeloorden
(gij) ringeloort(gij) ringeloordet
(zij) ringeloren(zij) ringeloorden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) ringelore(dat ik) ringeloorde
(dat jij) ringelore(dat jij) ringeloorde
(dat hij) ringelore(dat hij) ringeloorde
(dat wij) ringeloren(dat wij) ringeloorden
(dat jullie) ringeloren(dat jullie) ringeloorden
(dat gij) ringeloret(dat gij) ringeloordet
(dat zij) ringeloren(dat zij) ringeloorden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
ringeloorringeloort
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
ringelorend, ringelorende(hebben) geringeloord

Voorbeelde van gebruik

Toch was ik vastbesloten om mij niet te veel door hem te laten ringeloren.

Vertalinge

Duitsaufdrängen; aufnötigen; dringen; aufdringen
Engelspush around
Esperantotrudi
Faroëesnoyða
Portugeesditar; forçar; impor; obrigar
Saterfriesaptringe; tringe