Informasie oor die woord bocht (Nederlands → Esperanto: kurbiĝo)

Sinonieme: buiging, draai, kromming, welving

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/bɔxt/
Afbrekingbocht
Geslaghistories vroulik, teënwoordig ook manlik
Meervoudbochten

Voorbeelde van gebruik

De molenaar had geen tijd om afscheid te nemen, zo’n haast had hij om bij de bocht van de beek, een mijl voorbij de brug, te komen.
Daar is een flauwe bocht in de kust.

Vertalinge

DuitsSichkrümmen; Krümmung
Engelsbend
Esperantokurbiĝo
Nederduitsbuchte; drai
Spaanscurva