Informasie oor die woord platleggen (Nederlands → Esperanto: fermi)

Sinonieme: sluiten, afsluiten

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈplɑtlɛɣə(n)/
Afbrekingplat·leg·gen

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) leg plat(ik) legde plat
(jij) legt plat(jij) legde plat
(hij) legt plat(hij) legde plat
(wij) leggen plat(wij) legden plat
(jullie) leggen plat(jullie) legden plat
(gij) legt plat(gij) legdet plat
(zij) leggen plat(zij) legden plat
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) platlegge(dat ik) platlegde
(dat jij) platlegge(dat jij) platlegde
(dat hij) platlegge(dat hij) platlegde
(dat wij) platleggen(dat wij) platlegden
(dat jullie) platleggen(dat jullie) platlegden
(dat gij) platlegget(dat gij) platlegdet
(dat zij) platleggen(dat zij) platlegden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
leg platlegt plat
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
platleggend, platleggende(hebben) platgelegd

Voorbeelde van gebruik

Een groep hackers claimt met een cyberaanval de systemen te hebben platgelegd.

Vertalinge

Duitsabschalten
Engelsshut down
Esperantofermi