Informasie oor die woord naaien (Nederlands → Esperanto: trompi)

Sinonieme: bedriegen, misleiden, besodemieteren, belazeren

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈnaːɪ̯ə(n)/
Afbrekingnaai·en

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) naai(ik) naaide
(jij) naait(jij) naaide
(hij) naait(hij) naaide
(wij) naaien(wij) naaiden
(jullie) naaien(jullie) naaiden
(gij) naait(gij) naaidet
(zij) naaien(zij) naaiden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) naaie(dat ik) naaide
(dat jij) naaie(dat jij) naaide
(dat hij) naaie(dat hij) naaide
(dat wij) naaien(dat wij) naaiden
(dat jullie) naaien(dat jullie) naaiden
(dat gij) naaiet(dat gij) naaidet
(dat zij) naaien(dat zij) naaiden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
naainaait
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
naaiend, naaiende(hebben) genaaid

Vertalinge

Deensbedrage
Duitsäffen; betrügen; hintergehen; täuschen
Engelscheat; deceive; con; delude; fool; mislead; trick; beguile; dupe
Esperantotrompi
Faroëessnýta; svíkja; lumpa
Finspettää
Franstricher; tromper
Friesbedraaie; bemiterje; ferrifelje
Italiaansingannare; truffare; beffare; imbrogliare
Katalaansdecebre; enganyar
Luxemburgsbedréien
Noorsbedra; snyte
Portugeesburlar; embair; enganar; fraudar; iludir; lograr; ludibriar
Saterfriesbedrjooge; oapje
Spaansengañar
Sranankasyo; kori; ley
Sweedsbedra; bedraga; lura; narra
Turksaldatmak
Yslandssvíkja