Informasie oor die woord elf (Nederlands → Esperanto: elfo)

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ɛlᵊf/
Afbrekingelf
Geslagmanlik of vrouwlik
Meervoudelfen

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
elfjeelfjes

Voorbeelde van gebruik

Hij geloofde dat hij eens in de bossen een elf had gezien en hoopte dat hij er nog eens meer zou zien.
Ook hij was gefascineerd door de verhalen over elfen, maar lang niet zo intens als Tomas.
Het is algemeen bekend dat elfen nooit iets geven zonder er iets voor terug te nemen.
De elfen waren zulke grillige wezens.
Een aantal elfen kwam lachend en pratend en zingend naar de kelders.

Vertalinge

DuitsElf
Engelself
Engels (Ou Engels)ælf
Esperantoelfo
Faroëesálvur; huldufólk
Franslutin
Friesalve
Italiaanselfo
Portugeeselfo
SaterfriesElf
Spaanselfo
Sweedsälva