Informasie oor die woord vissen (Nederlands → Esperanto: fiŝkaptado)

Sinonieme: visserij, visvangst

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈvɪsə(n)/
Afbrekingvis·sen
Geslagonsydig

Voorbeelde van gebruik

Als ze gelijktijdig vakantie konden opnemen, gingen ze naar Arjeplog, waar ze de meeste tijd doorbrachten met vissen.

Vertalinge

Afrikaansvissery
DuitsFischen; Fischerei; Fischfang
Engelsfishing
Esperantofiŝkaptado; fiŝado
Friesfiskerij
Grieksαλιεία