Informasie oor die woord overslaan (Nederlands → Esperanto: transŝarĝi)

Sinonieme: afwentelen, óverladen, verladen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈovərslan/
Afbrekingover·slaan

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) sla over(ik) sloeg over
(jij) slaat over(jij) sloeg over
(hij) slaat over(hij) sloeg over
(wij) slaan over(wij) sloegen over
(jullie) slaan over(jullie) sloegen over
(gij) slaat over(gij) sloegt over
(zij) slaan over(zij) sloegen over
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) oversla(dat ik) oversloege
(dat jij) oversla(dat jij) oversloege
(dat hij) oversla(dat hij) oversloege
(dat wij) overslaan(dat wij) oversloegen
(dat jullie) overslaan(dat jullie) oversloegen
(dat gij) overslaat(dat gij) oversloeget
(dat zij) overslaan(dat zij) oversloegen
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
sla overslaat over
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
overslaand, overslaande(hebben) overgeslagen

Voorbeelde van gebruik

Een deel van hun internationale lading wordt direct overgeslagen naar een volgend zeeschip.

Vertalinge

Engelstrans‐ship
Esperantotransŝarĝi
Portugeestransbordar
Spaanstransbordar