Informasie oor die woord aandikken (Nederlands → Esperanto: troigi)

Sinonieme: chargeren, overdríjven

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈandɪkə(n)/
Afbrekingaan·dik·ken

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) dik aan(ik) dikte aan
(jij) dikt aan(jij) dikte aan
(hij) dikt aan(hij) dikte aan
(wij) dikken aan(wij) dikten aan
(jullie) dikken aan(jullie) dikten aan
(gij) dikt aan(gij) diktet aan
(zij) dikken aan(zij) dikten aan
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) aandikke(dat ik) aandikte
(dat jij) aandikke(dat jij) aandikte
(dat hij) aandikke(dat hij) aandikte
(dat wij) aandikken(dat wij) aandikten
(dat jullie) aandikken(dat jullie) aandikten
(dat gij) aandikket(dat gij) aandiktet
(dat zij) aandikken(dat zij) aandikten
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
dik aandikt aan
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
aandikkend, aandikkende(hebben) aangedikt

Voorbeelde van gebruik

Iedereen die ervan hoorde, heeft het verhaal aangedikt.

Vertalinge

Afrikaansoordrýf; oordrýwe
Deensoverdrive
Duitsübertreiben
Engelsexaggerate; overstate
Esperantotroigi
Friesoerdriuwe
Italiaansesagerare
Katalaansexagerar
Papiamentseksagerá; eksaherá
Poolsprzesadzać
Portugeesexagerar
Roemeensexagera
Spaansabultar; exagerar
Sweedsförstora
Turksabartmak