Informasie oor die woord neuriën (Nederlands → Esperanto: zumi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈnøːrijə(n)/
Afbrekingneu·ri·en

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) neurie(ik) neuriede
(jij) neuriet(jij) neuriede
(hij) neuriet(hij) neuriede
(wij) neuriën(wij) neurieden
(jullie) neuriën(jullie) neurieden
(gij) neuriet(gij) neuriedet
(zij) neuriën(zij) neurieden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) neurie(dat ik) neuriede
(dat jij) neurie(dat jij) neuriede
(dat hij) neurie(dat hij) neuriede
(dat wij) neuriën(dat wij) neurieden
(dat jullie) neuriën(dat jullie) neurieden
(dat gij) neuriët(dat gij) neuriedet
(dat zij) neuriën(dat zij) neurieden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
neurieneuriet
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
neuriënd, neuriënde(hebben) geneuried

Voorbeelde van gebruik

Ik hoorde dat hij een oud Deens liedje neuriede terwijl hij in het heldere maanlicht het open terrein overstak en recht op het geheimzinnige heuveltje afging.
Ik hoorde haar een wijsje neuriën.
Zo sprekende wierp hij de mand achteloos naar zijn werkgever en verliet neuriënd het terrein.

Vertalinge

Afrikaansneurie
Engelshum
Esperantozumi