Informasie oor die woord presteren (Nederlands → Esperanto: agi)

Sinonieme: ageren, doen, bezig zijn, handelen, optreden, te werk gaan, handelen, in touw zijn

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/prɛsˈteːrə(n)/
Afbrekingpres·te·ren

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) presteer(ik) presteerde
(jij) presteert(jij) presteerde
(hij) presteert(hij) presteerde
(wij) presteren(wij) presteerden
(jullie) presteren(jullie) presteerden
(gij) presteert(gij) presteerdet
(zij) presteren(zij) presteerden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) prestere(dat ik) presteerde
(dat jij) prestere(dat jij) presteerde
(dat hij) prestere(dat hij) presteerde
(dat wij) presteren(dat wij) presteerden
(dat jullie) presteren(dat jullie) presteerden
(dat gij) presteret(dat gij) presteerdet
(dat zij) presteren(dat zij) presteerden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
presteerpresteert
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
presterend, presterende(hebben) gepresteerd

Voorbeelde van gebruik

Medewerkers van de Amerikaanse overheid dreigen ontslagen te worden, als ze niet voor maandagavond laten weten wat ze de afgelopen week op hun werk hebben gepresteerd.

Vertalinge

Afrikaansoptree; presteer
Duitsagieren; handeln; verfahren; vorgehen; wirken; tätig sein; machen; sich verhalten; einwirken
Engelsperform
Esperantoagi
Faroëesgera; virka
Finstoimia
Fransagir; opérer
Frieskrewearje; dwaan
Hongaarscselekszik; tesz
Italiaansagire
Katalaansaccionar; obrar; actuar
Latynagere
Papiamentsaktua
Portugeesagir; obrar; proceder
Russiesпоступать
Saterfriesagierje; hondelje; ferfoare; foargunge; wirkje
Spaansactuar; obrar
Tsjeggiespracovat; působit; účinkovat