Informasie oor die woord zich aansluiten (Nederlands → Esperanto: aliĝi)

Sinonieme: toetreden, lid worden

Woordsoortwederkerende werkwoord
Afbrekingzich aan·slui·ten

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) sluit mij aan(ik) sloot mij aan
(jij) sluit je aan(jij) sloot je aan
(hij) sluit zich aan(hij) sloot zich aan
(wij) sluiten ons aan(wij) sloten ons aan
(jullie) sluiten ons aan(jullie) sloten ons aan
(gij) sluit u aan(gij) sloot u aan
(zij) sluiten zich aan(zij) sloten zich aan
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) mij aansluite(dat ik) mij aanslote
(dat jij) je aansluite(dat jij) je aanslote
(dat hij) zich aansluite(dat hij) zich aanslote
(dat wij) ons aansluiten(dat wij) ons aansloten
(dat jullie) ons aansluiten(dat jullie) ons aansloten
(dat gij) u aansluitet(dat gij) u aanslotet
(dat zij) zich aansluiten(dat zij) zich aansloten
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
sluit je aansluit je aan
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
zich aansluitend, zich aansluitende(hebben) zich aangesloten

Voorbeelde van gebruik

Ook Finland, dat zich net als Zweden recent aansloot bij de NAVO, heeft nieuwe adviezen voor burgers.