Informasie oor die woord bouwplaats (Nederlands → Esperanto: konstruejo)

Sinoniem: bouwterrein

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈbɑuplats/
Afbrekingbouw·plaats
Geslaghistories vroulik, teënwoordig ook manlik
Meervoudbouwplaatsen

Voorbeelde van gebruik

Bij een ongeval op een bouwplaats in het Zweedse Sundbyberg zijn maandag meerdere mensen zwaargewond geraakt.

Vertalinge

Afrikaansbouterrein
Deensbyggeplads
DuitsBauplatz; Baustelle
Engelsbuilding site
Esperantokonstruejo; konstruareo; konstrutereno
Spaanszona edificable
Sweedsbyggnadstomt