Informasie oor die woord opvoeren (Nederlands → Esperanto: prezenti)

Sinoniem: optreden

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈopfuːrə(n)/
Afbrekingop·voe·ren

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) voer op(ik) voerde op
(jij) voert op(jij) voerde op
(hij) voert op(hij) voerde op
(wij) voeren op(wij) voerden op
(jullie) voeren op(jullie) voerden op
(gij) voert op(gij) voerdet op
(zij) voeren op(zij) voerden op
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) opvoere(dat ik) opvoerde
(dat jij) opvoere(dat jij) opvoerde
(dat hij) opvoere(dat hij) opvoerde
(dat wij) opvoeren(dat wij) opvoerden
(dat jullie) opvoeren(dat jullie) opvoerden
(dat gij) opvoeret(dat gij) opvoerdet
(dat zij) opvoeren(dat zij) opvoerden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
voer opvoert op
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
opvoerend, opvoerende(hebben) opgevoerd

Voorbeelde van gebruik

Bolder stelt dat de Russische president daarom vooral een toneelstuk opvoert.
Nooit tevoren was zó’n toneelstuk opgevoerd.

Vertalinge

Afrikaansopvoer
Esperantoprezenti