Informasie oor die woord meten (Nederlands → Esperanto: komputi)

Sinoniem: tellen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈmetə(n)/
Afbrekingme·ten

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) meet(ik) mat
(jij) meet(jij) mat
(hij) meet(hij) mat
(wij) meten(wij) maten
(jullie) meten(jullie) maten
(gij) meet(gij) mat
(zij) meten(zij) maten
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) mete(dat ik) mate
(dat jij) mete(dat jij) mate
(dat hij) mete(dat hij) mate
(dat wij) meten(dat wij) maten
(dat jullie) meten(dat jullie) maten
(dat gij) metet(dat gij) matet
(dat zij) meten(dat zij) maten
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
meetmeet
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
metend, metende(hebben) gemeten

Vertalinge

Esperantokomputi