Informasie oor die woord vasthouden (Nederlands → Esperanto: teni)

Sinonieme: ophouden, houden

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈvɑstɦʌʊ̯də(n)/
Afbrekingvast·hou·den

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) hou vast, houd vast(ik) hield vast
(jij) houdt vast(jij) hield vast
(hij) houdt vast(hij) hield vast
(wij) houden vast(wij) hielden vast
(jullie) houden vast(jullie) hielden vast
(gij) houdt vast(gij) hieldt vast
(zij) houden vast(zij) hielden vast
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) vasthoude(dat ik) vasthielde
(dat jij) vasthoude(dat jij) vasthielde
(dat hij) vasthoude(dat hij) vasthielde
(dat wij) vasthouden(dat wij) vasthielden
(dat jullie) vasthouden(dat jullie) vasthielden
(dat gij) vasthoudet(dat gij) vasthieldet
(dat zij) vasthouden(dat zij) vasthielden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
hou vast, houd vasthoudt vast
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
vasthoudend, vasthoudende(hebben) vastgehouden

Voorbeelde van gebruik

Twee dagen lang werd Zaister vastgehouden in de kamer boven.

Vertalinge

Afrikaansaanhou
Esperantoteni