Informasie oor die woord lastigvallen (Nederlands → Esperanto: ĝeni)

Sinonieme: dwarszitten, storen, hinderen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈlɑstəxfɑlə(n)/
Afbrekinglas·tigval·len

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) val lastig(ik) viel lastig
(jij) valt lastig(jij) viel lastig
(hij) valt lastig(hij) viel lastig
(wij) vallen lastig(wij) vielen lastig
(jullie) vallen lastig(jullie) vielen lastig
(gij) valt lastig(gij) vielt lastig
(zij) vallen lastig(zij) vielen lastig
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) lastigvalle(dat ik) lastigviele
(dat jij) lastigvalle(dat jij) lastigviele
(dat hij) lastigvalle(dat hij) lastigviele
(dat wij) lastigvallen(dat wij) lastigvielen
(dat jullie) lastigvallen(dat jullie) lastigvielen
(dat gij) lastigvallet(dat gij) lastigvielet
(dat zij) lastigvallen(dat zij) lastigvielen
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
val lastigvalt lastig
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
lastigvallend, lastigvallende(hebben) lastiggevallen

Voorbeelde van gebruik

Janek zal ons tijdens de reis niet lastigvallen.
Je wil niet zeuren en je wil anderen niet lastigvallen met jouw probleem.

Vertalinge

Duitsstören
Engelsbother
Esperantoĝeni